|
Kerst en Oud en Nieuw zijn weer voorbij. Alle kerstkransjes en oliebollen hebben ervoor gezorgd dat mijn wattage per kilogram even wat minder gunstig uitvalt dan ik zou willen. Ondanks die tegenvaller is januari voor mij altijd weer een spannende tijd. Voor mij is dat de maand om na te denken over het wielerjaar dat gaat komen. In die maand bepaal ik mijn doelen voor dat jaar. Daaraan gekoppeld maak ik een trainingsplanning en sinds vorig jaar heb ik daar een nieuw speeltje bij waarmee ik mijn trainingen en progressie veel beter kan volgen: een vermogensmeter.
Vermogen is simpelweg de hoeveelheid arbeid die je verricht in een bepaalde tijdsperiode en wordt gemeten in Watt. Gewoonlijk wordt arbeid weergegeven in Joule en tijd in seconden. Dus een Watt is gelijk aan een Joule per seconde. Als referentie kun je aanhouden dat 1 PK gelijk is aan 746 Watt, vergelijkbaar met een prof wielrenner die net boven de 400 Watt kan volhouden gedurende 30 minuten.
Het vermogen is de hoeveelheid kracht die je levert per tijdseenheid en die is afhankelijk van twee variabelen: de kracht waarmee je op de pedalen duwt en het aantal omwentelingen per minuut (trapfrequentie). Een vermogensmeter geeft een compleet overzicht van je training of wedstrijd. Je hartslag geeft niet weer wat je actuele vermogen is, het zegt alleen hoe hard je hart werkt en is dus een indirecte meting van de hoeveelheid arbeid die je levert. Met een vermogensmeter kun je vermogen koppelen aan hartslag, trapfrequentie en snelheid.
Het leuke van mijn vermogensmeter is de software om de trainingen en wedstrijden te analyseren. Na iedere training kan ik van seconde tot seconde zien welk vermogen ik heb geleverd en welke snelheid, trapfrequentie en hartfrequentie daar bij hoorde. Maar er is nog veel meer mogelijk. Wat was mijn (piek)vermogen gedurende 5 seconden sprint, of gedurende een interval van 5 minuten of tijdens dat tijdritje van 20 minuten? En dat kan ik dan ook weer vergelijken met mijn persoonlijke records.
Ook kan ik kijken of ik alle intervallen op de juiste manier heb gereden, dus of ik elke interval met het zelfde gemiddelde vermogen heb gereden en of ik met een constant vermogen heb gereden tijdens elke afzonderlijke interval. En natuurlijk kan ik ook dat weer vergelijken met de resultaten van eerdere trainingen. De gegevens laten een inspanning zien vanuit een cardiovasculaire kant (hartfrequentie) en vanuit een spierfysiologische kant (Watt).

Er zijn verschillende systemen op de markt die je vermogen op de fiets kunnen meten. De drie bekendste systemen zijn SRM, Ergomo en Powertap en ze hebben alle drie een eigen meetsysteem. SRM meet het vermogen via de cranck (vanaf € 2.150), Ergomo meet het vermogen via de trapas of bracket (ongeveer € 1.400) en Powertap meet het vermogen via de as van het achterwiel (ongeveer € 1.400). In onderzoeken waarin deze drie systemen zijn vergeleken kwam naar voren dat elk systeem nauwkeurig is en een meetfout heeft van 1 tot 1,5%. Ieder systeem heeft zijn voor- en nadelen waarbij ook de prijs een grote rol speelt.
Een vermogensmeter heeft dus vele mogelijkheden. Veel meer nog dan ik hier kan vertellen. Belangrijk is om er eerst mee te gaan rijden en data te verzamelen. Aan de hand van deze data kun je daarna gestructureerd gaan trainen op vermogen. Het is geen veredelde fietscomputer waarop je kijkt wat je vermogen is of je gemiddelde vermogen van een training, het is veel meer. Analyse van al deze gegevens is heel belangrijk. Wil je meer informatie, dan kun je altijd contact met me opnemen.
Terug naar het overzicht met columns.
|